In Het Parool van zaterdag 5 juli 2008 (pag. 4) staat een uitgebreid artikel met de titel Verhalen van foute vrouwen:
-----
'Het taboe is nog steeds groot, veel groter dan ik vroeger heb gedacht' Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog waren 30.000 Nederlandse vrouwen lid van de NSB. Foute vrouwen dus, in naoorlogse termen. Hun beweegredenen zijn niet of nauwelijks onderzocht. Historica Zonneke Matthée doet dat nu, en ze moet opschieten. De foute vrouwen zijn inmiddels hoogbejaard.
loes de fauwe
Het was een bizarre oproep die het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging (IIAV) enkele weken geleden deed. Of vrouwen die lid waren geweest van de NSB zich bij het IIAV wilden melden. Men wil getuigenissen vastleggen.
Er is inderdaad gebeld, al was het maar door enkele vrouwen. Historica Zonneke Matthée: "Het taboe is nog steeds groot, veel groter dan ik vroeger dacht. Maar we moeten echt snel zijn en hun verhalen vastleggen, want ze zijn allemaal hoogbejaard."
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog stonden, voor zover bekend, negentigduizend Nederlanders op de ledenlijst van de NSB. Dertigduizend daarvan waren vrouwen. Matthée: "Men was geneigd om te denken dat die vrouwen onder druk van hun echtgenoot lid werden, maar dat gold voor slechts twintig procent van hen. De rest werd bewust en uit overtuiging lid. Vrouwen uit alle lagen van de bevolking."
Matthée publiceerde eerder dit jaar met Voor volk en Vaderland. Vrouwen in de NSB, 1931-1948 het eerste boek over dit onderwerp. Dat boek is een weerslag van onderzoek en analyse van vooral geschreven bronnen. Ze bestudeerde 175 dossiers uit het archief van de naoorlogse Bijzondere Rechtspleging. Daarin zitten behalve verslagen van verhoren en zittingen ook persoonlijke gegevens. Die gaven inzicht in de motieven van die vrouwen om lid te worden van de NSVO (Nationaal-socialistische Vrouwen Organisatie). Analyse van het toenmalige lijfblad De Nationaal-Socialistische Vrouw laat zien wat de idealen van deze beweging waren.
Voor het boek sprak Matthée ook met enkele vrouwen die, na enig aandringen, bereid waren om over die periode te vertellen. Nu zoekt zij meer persoonlijke getuigenissen.
Zes vrouwen heeft ze tot nu toe gesproken. Twee andere gesprekken gaat ze nog voeren. En ze hoopt op meer. Maar het is moeilijk. "Of ze zijn als de dood dat buren of medebewoners van een tehuis achter hun verleden komen, of ze zwijgen zelfs nog tegenover de kinderen. Anderen hebben gezwegen omdat ze nog steeds overtuigde nationaal-socialisten zijn. En natuurlijk weten dat dit niet aanvaardbaar is."
In de zes vrouwen, allemaal in de negentig, trof Matthée al een grote variëteit aan. "Veel vrouwen werden voor de oorlog al lid, uit politiek idealisme, echte overtuiging. Die gingen sociaal werk doen, of werkten op het platteland. De NSB was aanvankelijk niet zo antisemitisch. En ze waren allemaal bijna verliefd op NSB-leider Anton Mussert. Die was zo 'degelijk', zeggen ze bij voorbeeld."
Er zijn vrouwen geweest die hun lidmaatschap beëindigden toen de oorlog uitbrak, maar zich later toch weer aansloten, voor de 'gezelligheid' en het sociale contact. Anderen, en die heeft de historica ook gesproken, hebben hun lidmaatschap aangehouden omdat ze overtuigde nazi's werden, zich schaarden achter de politiek van Hitler, achter de Groot-Germaanse gedachte. "Nog steeds." Matthée schetst een stokoude dame in een deftige huis, nog vol nazilectuur. "Zo'n vrouw die zegt: 'Het was Hitler of Moskou.' Een diepe angst voor de communisten en een onvoorstelbare bewondering voor Hitler. Nog."
Matthée is zelf geboren in de oorlog, en ze kent van de naoorlogse jaren de atmosfeer rond goede en foute Nederlanders. "Mijn eigen vader is tijdens de oorlog negen maanden lid geweest van de NSB. Mijn moeder niet. Nee, ik voel mij niet een kind van een foute vader, maar de beweegredenen van deze vrouwen intrigeren mij enorm. Waarom ze lid werden en waarom ze lid bléven, toen de oorlog uit brak, toen de joden werden vervolgd en gedeporteerd. In de antwoorden op die vragen hoor je ook het toen heersende antisemitisme."
Matthée is ook geïnteresseerd in getuigenissen over de naoorlogse interneringskampen waar tienduizenden van collaboratie verdachte Nederlanders werden opgesloten en terecht moesten staan voor de Bijzondere Rechtspleging. "Dat in die interneringskampen vreselijke dingen zijn gebeurd, is bekend. Maar de vrouwenverhalen weer veel minder. Vrouwen zijn verkracht, vernederd en mishandeld. En niemand klaagde daarover, de sfeer was natuurlijk 'eigen schuld, dikke bult'. Ik wil zo veel mogelijk horen voordat ze allemaal dood zijn."
Tot nu toe werden contacten tussen de onderzoekster en vroegere NSB-vrouwen voorzichtig gelegd via tussenpersonen. Sinds aan het onderzoek meer ruchtbaarheid is gegeven, gaat heel af en toe de telefoon. "Een vrouw die graag wil vertellen, die pas na de oorlog in de gaten kreeg waaraan ze meegewerkt had, die dit doet 'zodat andere leren dat je er zomaar in kunt tuinen'."
De vrouwen die zij nu spreekt, hebben doorgaans hun leven lang over hun NSB-lidmaatschap gezwegen, uit diepe schaamte.
"Zoals een vrouw die het pas toen ze doodziek was aan haar dochter durfde te vertellen. Die dacht: 'Straks ga ik dood en dan weet mijn dochter niet wie ik geweest ben.' Dat zijn drama's. Die vrouw heeft haar halve leven met opgekropte maar verzwegen schaamte gelopen. Nu snapte die dochter eindelijk waarom haar moeder depressief was geweest. "
Anders is het voor de enkele vrouwen die nog in volle overtuiging hard core nazi's zijn. "Het zijn er een paar, totaal geïsoleerd levend. Huis vol met boeken over het nationaalsocialisme. Die nog steeds zeggen dat Hilter het goed had gezien, 'en dat we nu toch ook één Europa hebben'."
De positie van de onderzoekster in gesprekken met deze vrouwen is soms dus moeilijk. "Ik ben vriendelijk, want ik wil zoveel mogelijk horen, maar ik zeg wel dat ik hun mening niet deel."
Tot haar verrassing praten uiteindelijk ook deze vrouwen graag. "Niet omdat ze opgelucht zijn, want schaamte hebben ze niet. Ze vinden het juist prettig om over die tijd weer eens te kunnen praten."
Tot nu toe heeft Matthée geen vrouw bereid gevonden om haar verhaal voor camera te doen. Geluidsopnamen maakt ze wel.
De afspraken daarover staan op papier: niets zal openbaar worden gemaakt voor een door de betrokkenen zelf vastgesteld tijdstip. Sommigen hebben periodes bedongen van tien tot vijftien jaar na hun dood...
INZET:
'Een slecht stukje van onze geschiedenis'
Het is eigenlijk niet te geloven dat er nu pas, ruim zestig jaar na dato, aandacht is voor 'foute vrouwen' uit de oorlogstijd. Vrouwen die lid werden van de NSB, of anderszins de zijde van de Duitsers kozen. Zonneke Matthée (64) zal de eerste zijn om het toe te geven. "Foute mannen zijn breed onderzocht, foute vrouwen niet."
David Barnouw, van het Niod (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie), bevestigt dat. "Om te beginnen was lidmaatschap van de NSB vóór de oorlog legaal. Bovendien ging het om een minderheid. Er zijn ook geen spectaculaire processen geweest. En mensen lopen er niet mee te koop. Het is te vergelijken met kinderen van Duitse soldaten. Ook voor dat onderwerp kwam pas veel later belangstelling. Het is dus een onderdeel van de geschiedschrijving dat er gewoon niet van gekomen is."
Het Niod, zegt hij, is blij met dit onderzoek, ook aangaande de getuigenissen over de interneringskampen. Barnouw. "Er waren hele slechte kampen. De Levantkade, een van de drie interneringskampen in Amsterdam, was berucht. Er zaten zo ongelooflijk veel mensen gevangen, met bewakers die voor dat werk waren niet opgeleid. Het was vreselijk. Het is een slecht stukje van onze geschiedenis, er zijn doden gevallen. Het algemene gevoelen was: 'Eigen schuld, dikke bult'. Het is inderdaad onderbelicht gebleven."
(LDF)
zondag 6 juli 2008
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
0 reacties:
Een reactie plaatsen